Aanvraag- en startprocedure sensortherapie

Hoe ziet de aanvraag- en startprocedure eruit?

Het besluit om te starten met sensortherapie wordt in samenspraak met uw behandelteam genomen. De sensor moet nuttig zijn voor uw therapie, u moet er zelf mee willen en kunnen werken en de eigenschappen van de diverse systemen spelen hierin een rol. Het is van groot belang dat het inzetten van een sensor een goede toevoeging in uw behandeling is. Samen met uw behandelaar maakt u een keuze voor een bepaald systeem. Hierin wordt ook rekening gehouden met een eventuele allergie voor pleisters.

Moeder en kind met diabetes starten met glucosesensor
Samen met uw behandelaar

Wanneer u behandeld wordt door uw huisarts kan u geen gebruik maken van Continue Glucose Monitoring (CGM). Hiervoor moet u in het ziekenhuis bij de internist onder behandeling zijn, U komt mogelijk wel in aanmerking om gebruik te maken van Flash Glucose Monitoring (FGM). De procedure begint met een oriënterend gesprek tussen u en uw behandelaar. In dit gesprek komen uw motivatie, uw verwachtingen, de praktische impact en de consequenties van het gebruik van een glucosesensor ter sprake. Ook wordt het voorbereidingstraject en instructies besproken. Starten met CGM vraagt bijvoorbeeld meer voorbereiding dan het starten met FGM.

De start van sensortherapie

Na goedkeuring van de aanvraag wordt er gestart met de voorlichting en instructie van de gekozen sensortherapie. In sommige ziekenhuizen wordt dit in groepsverband gedaan. Dit heeft als belangrijkste voordeel dat u ook de ervaringen van andere gebruikers hoort. Vaak wordt na de voorlichting nog een afsluitend gesprek met uw behandelaar gepland. 

U krijgt onder andere uitleg over:

  • De techniek en hoe je het systeem gebruikt
  • De draagplek van de sensor
  • Het uitleesprogramma van het systeem, de scanfrequentie en bijzondere situaties
  • De vertraging van de interstitiële meting ten opzichte van bloedglucosemeting met een vingerprik
  • Voeding en activiteiten
  • Uitleg over de trendpijlen
  • Hoe u de verkregen glucosewaarden kunt evalueren en op trends kunt reageren
  • Het aanpassen van de hoeveelheid insuline en/of voeding op basis van de doorlopend verkregen glucosewaardes
  • Het bestellen van materialen en wat te doen bij technische problemen

Bij CGM geldt aanvullend:

  • U leert over de noodzaak van alarmen, hoe deze ingesteld worden en hoe deze uitgeschakeld kunnen worden;
  • Hoe u kunt kalibreren.

Zodra duidelijk is dat u goed kunt omgaan met de glucosesensor en beschikt over de minimale benodigde kennis worden er afspraken gemaakt over de start van de therapie. In het begin kan het voorkomen dat u vaker contact heeft met uw behandelaar dan u gewend was.

Uw behandelaar begeleidt u bij de start van de therapie

In de vervolgafspraken met uw behandelteam wordt er aandacht besteed aan uw eerste ervaringen, het beantwoorden van vragen en het oplossen van eventuele problemen. Daarnaast wordt er gekeken of de pomp- of insuline-instellingen, de FGM/CGM-grenzen en alarmen kunnen worden uitgebreid en aangescherpt. Om deze nieuwe behandelvorm onder de knie te krijgen wordt het aangeraden om van tijd tot tijd een (digitaal) voedingsdagboek bij te houden, met ruimte voor aantekeningen over bijzonderheden zoals werk, vakantie, ziekte, stress, bewegen, etc.