Nieuwe bekostiging wijkverpleging en WondRegie

Verpleging aan het bed
18 maart
Een nieuwe bekostiging van de wijkverpleging is aanstaande. Zorgautoriteit NZa startte op 1 januari van dit jaar een experiment met cliëntprofielen verpleging en verzorging. Dit leidt tot de nodige onrust, met name over WondRegie. Mediq organiseerde op 8 maart een bijeenkomst met vertegenwoordigers van de NZa, zorgverzekeraar ONVZ en een dertigtal zorgpartners in het land. Wat volgde was een interessante uitwisseling van informatie, niet alleen verhelderend voor de wondconsulenten, maar óók voor de beleidsmakers.

Jessica Geerling opende de bijeenkomst. De Salesmanager Wond-,Stoma- en Continentiezorg van Mediq trapte af door samen met de aanwezige wondconsulenten een aantal hoofdvragen te formuleren, waarop zij gedurende de bijeenkomst antwoord wilden krijgen. Aan de hand van informatie die door de sprekers werd verstrekt - en de hierop volgende discussies - werden deze gaandeweg zichtbaar.

Waarom is er een nieuwe bekostiging nodig?

“Er komt een uniforme classificatie met cliëntprofielen, waarbij de bekostiging per uur tot het verleden behoort”, bevestigde Teanne de Witte. Zij sprak als beleidsmedewerker namens de Nederlandse Zorgautoriteit. “De NZa wil inzoomen op preventie, innovatie & ontwikkeling en zelfredzaamheid. De wijkverpleegkundige wordt daarin steeds belangrijker als ‘spin in het web’. Bekostiging is daarbij geen doel, maar een middel om optimale zorg te kunnen leveren”, gaf zij aan.  “Doelen zijn wel: het beter maken van de cliënt en het houdbaar maken van de zorg. Daarbij wil de zorgautoriteit data beter gaan benutten.”

Volgens Susanne van Tiggelen, senior manager zorgverzekeraars en public affairs bij Mediq, vormt de nieuwe bekostiging het slotakkoord van jarenlange overlegstructuren over functioneringsgericht voorschrijven. “Ik ben het 100% eens met de inhoud van de in het verleden ontwikkelde modules”, deelde zij haar standpunt. “In aansluiting op de modules leek de bekostiging echter maar niet van de grond te komen. Maar als je met elkaar verzint wat je wilt gaan doen, dan moet je ook de kwaliteit vastleggen en borgen, en zorgen dat daar een prijskaartje aan hangt. Daar moet het zgn. ‘kwartiermakersoverleg over vergoeding van hulpmiddelen in de zorg’ voor zorgdragen.”

Wat is de tijdsplanning?

Dat kwartiermakersoverleg, waar Susanne van Tiggelen samen met andere belangenbehartigers van betrokken partijen uit het zorgveld in plaats heeft genomen, is in januari 2022 gestart. Het overleg is geïnitieerd door het ministerie van VWS, dat zelf ook een afgevaardigde aan tafel schuift. Het doel van dit overleg is de knelpunten bij implementatie bij de ontwikkelde kwaliteitsmodules hulpmiddelenzorg op te lossen. Financiering van hulpmiddelen en de zorg die hierbij geleverd wordt is hierbij aangemerkt als een belangrijk probleem. Parallel aan dit overleg is direct het ‘experiment cliëntprofielen verpleging en verzorging’ van start gegaan. Zes thuiszorgorganisaties zijn bij dit experiment betrokken. Zij kunnen er vooralsnog voor kiezen om hun afspraken met de zorgverzekeraars binnen of buiten het experiment te maken.

“Gedurende de komende vijf jaar willen we ervaring opdoen met de cliëntprofielen”, aldus Teanne de Witte. “Dit geldt voor wondzorg, maar ook voor andere zorgspecialisaties. Tot halverwege 2023 is het mogelijk voor partijen om bij het experiment in te stappen. Vanaf 2024 zijn zij verplicht om data over cliëntprofielen te registreren. Het nieuwe bekostigingssysteem wordt gefaseerd ingevoerd.”

Is er een escape?

Dat deze wijze van bekostigen de nieuwe standaard wordt is onontkoombaar. Volgens de NZa wordt de voortgang van het experiment in de komende vijf jaar wél jaarlijks geëvalueerd. Ook buiten het experiment wordt aanvullende informatie verzameld. Er is dus ruimte om gaandeweg het experiment aanpassingen door te voeren aan de hand van voortschrijdend inzicht. Tegen het einde van het experiment wordt het vervolg vastgesteld.

Waar past de regiefunctie complexe wondzorg in zodra je spreekt over patiëntprofielen?

“We moeten ons realiseren dat de regiefunctie complexe wondzorg ooit tijdelijk in het leven is geroepen omdat we zagen dat er te weinig aandacht was voor wondzorg in Nederland”, stipte Thijs Jansen aan. Hij werkt als manager zorg bij zorgverzekeraar ONVZ. “Hiermee werd samenwerking tussen alle bij de patiënt betrokken partijen in de hand gewerkt. Nu vindt herbezinning plaats. Hoe gaan we verder? Wat ONVZ betreft hoeft de bekostiging van de regiefunctie niet direct aan daadwerkelijke wondzorg gekoppeld te zijn. Ik weet dat gespecialiseerde wondzorg dwars door de wijkverpleging heen loopt. Het is voor ons helder dat er aanvullende energie nodig is om de samenwerking en netwerkfunctie te behouden.”

Thijs Jansen hield daarbij wel een kleine slag om de arm. “ONVZ is geen voorstander van de wondregisseur als ‘betaaltitel’, maar is wel bereid om hiervoor aanvullende afspraken maken. De eerlijkheid gebied mij echter te zeggen dat niet alle zorgverzekeraars hierbij op dit moment op één lijn zitten. Daar moet de komende tijd over worden gesproken.” Tegelijkertijd realiseert hij zich als voormalig verpleegkundige dat er altijd patiënten zullen zijn die niet precies passen in een profiel. Ook bij de wondconsulenten in de zaal wees menig voorbeeld uit de praktijk naar een gelijksoortige conclusie. “Dat moeten we accepteren”, vindt hij.

Ook Teanne de Witte beaamde de noodzaak tot berusting. “Op het gebied van wondzorg is veel uitgeschreven in richtlijnen, maar zelfs dan is het lastig om aandoeningen over één kam te scheren. De vraag waar WondRegie in past blijft open staan totdat we meer informatie hebben verzameld. Vanuit ons experiment kunnen we ook als NZa leren hoe we die vraag moeten gaan beantwoorden.” Teanne de Witte geeft bovendien aan dat de beleidsregel regiefunctie complexe wondzorg met 2 jaar wordt verlengd en het de keuze van de zorgverzekeraar is of men hier invulling aan blijft geven.

Is het een kwaliteitsslag of een financiële slag?

Daarmee bewoog de discussie in de zaal langzaam richting de achterliggende intenties. Wat is het motief van de nieuwe bekostiging? Ron Bulder van Opella Thuiszorg, Karin Scheurwater van Aafje Thuiszorg, maar ook Susanne van Tiggelen van Mediq maken zich zorgen over de tendens dat de geldkraan door de zorgverzekeraars langzaam maar zeker steeds dichter wordt gedraaid, wat het zeer ingewikkeld maakt om de kwaliteit van zorg te kunnen blijven waarborgen voor de toekomst. En praktijkervaring met de nieuwe bekostiging van de wijkverpleging in relatie tot wondzorg is er feitelijk nog niet.

Wel kunnen de thuiszorgorganisaties duidelijke cijfers laten zien waaruit blijkt dat de WondRegie -aanpak, zoals deze in 2017 is ingevoerd, uitstekende resultaten brengt bij de patiënten. “Via WondRegie realiseert Aafje Thuiszorg gemiddeld vier weken snellere genezing van de complexe wond”, aldus Karin Scheurwater. Dit riep herkenning op bij veel van de aanwezigen in de zaal. “Wondconsulenten verdienen zichzelf dubbel en dwars terug”, reageerde Mirjam Kempkes van Cordaan. “We moeten het kind niet met het badwater weggooien”, vond ook Ron Bulder.

Waar ligt de balans?

Kortom: de vraag  of het een kwaliteits- of een financiële slag betreft is gerechtvaardigd. “Het is een combinatie van beide”, luidde het antwoord van Teanne de Witte. “Wij zijn ons ervan bewust dat het nooit goed is om alleen de kosten te beperken. Maar alleen naar kwaliteit kijken is ook niet wenselijk. Want wat is kwalitatief goed en wat is goed genoeg? Bestaat er zoiets als té goed en wat is daarvan de consequentie voor de toegankelijkheid van de zorg? Alleen door hierin de juiste balans te vinden gaan we de goede kant op. Dat kan een lange weg worden, maar er is geen ontkomen aan.”

Ook Thijs Jansen maakt zich hard voor de zoektocht naar balans: “Ik hoop oprecht dat we de wijkverpleegkundige iets minder op dashboards met directe en indirecte tijd voor de patiënt kunnen sturen. Het zou mooi zijn als zij op inhoud de juiste afwegingen kunnen maken, waarbij het prettig is als het op de achtergrond ook financieel past.”

 

Thijs Jansen, manager zorg bij ONVZ:

“Dit helpt om voeding te krijgen waar we onze keuzes op kunnen baseren. Ik roep wondconsulenten op zich vooral te laten horen op bijeenkomsten als deze en ook via de beroepsorganisatie V&VN.”

Teanne de Witte, beleidsmedewerker NZa:

“Wij kunnen veel leren van de wijkverpleging. Het is verstandig wanneer wondconsulenten hun ervaringen via alle beschikbare kanalen voor het voetlicht brengen. Dan praat ik over data, richtlijnen, protocollen en samenwerking in de regio.”

Susanne van Tiggelen, senior manager zorgverzekeraars en public affairs bij Mediq:

“Ik ben blij dat we dit soort bijeenkomsten met de partners kunnen organiseren, vooral om onze kennis te delen met beleidsmakers. We hebben elkaar heel hard nodig.”

Mirjam Kempkes, wondconsulent expertiseteam Cordaan:

"Een bijeenkomst waarbij we met vereende krachten de kwaliteit van de wondzorg naar een hoger niveau tillen."

Diana Roodbol - van Dijk, wondconsulent Internos Thuiszorg:

“Heerlijk om als groep eensgezind te benoemen dat de onderscheidende cliëntprofielen van de ‘nieuwe bekostiging wijkverpleging’ ontoereikend zijn om Wondregie bij complexe wondzorg mogelijk te maken!”

Claudia Jonker, teammanager Rivas Zorggroep:

“Ik vond de bijeenkomst een goed initiatief van Mediq. Laten we hopen dat beleidsmakers en verzekeraars in de nieuwe bekostiging de juiste keuzes maken over de toekomst en financiering van het WondRegieprogramma.”

Lees meer over Mediq Wondregie

Actueel