Prof. dr. De Wilt: ‘Vier op de vijf patiënten met endeldarmkanker hoeft niet meer onder het mes.’

Jarenlang was een operatie de standaardbehandeling voor veel patiënten met endeldarmkanker. Resultaten van langlopend onderzoek van 14 deelnemende ziekenhuizen*, waaronder het Radboudumc, laten zien dat dit vaak niet nodig is. Met een orgaansparende behandeling kan bij een groot deel van de patiënten de endeldarm behouden blijven, waardoor een operatie – en daarmee een stoma – vaak niet meer nodig is.
Afbeelding: Prof. dr. Hans de Wilt, chirurg-oncoloog, Radboudumc Nijmegen
Nieuwe behandeling biedt perspectief op behoud van de endeldarm én kwaliteit van leven.
We spreken chirurg-oncoloog Hans de Wilt, die al sinds 2009 bij dit onderzoek is betrokken, in het Radboudumc. Hij vertelt over het perspectief van een betere kwaliteit van leven voor patiënten en over nieuwe afwegingen voor zorgverleners en patiënten. ‘Vier op de vijf patiënten met endeldarmkanker hoeft niet meer onder het mes.’
Hoewel het onderzoek nog loopt, bieden tussentijdse resultaten goede hoop. Een operatie voor endeldarmkanker kan immers grote gevolgen hebben: naast de impact van de operatie kunnen patiënten te maken krijgen met een veranderende stoelgang, incontinentieklachten, verminderde controle over de darmfunctie, een stoma en seksuele functiestoornissen.
De mogelijkheid om de tumor succesvol te behandelen zonder operatie kan daarom een groot verschil maken voor de kwaliteit van leven. En de resultaten laten zien dat een aanzienlijk deel van de patiënten met endeldarmkanker succesvol behandeld kan worden zonder de operatie waarbij de endeldarm wordt verwijderd.
‘Met deze orgaansparende behandeling kunnen we vaak, zij het niet altijd, een stoma voorkomen.’
Van operatie naar orgaanbehoud
Het eerste onderzoek (CARTS studie) begon in 2009 vanuit de observatie dat bij sommige patiënten de tumor na bestraling en chemotherapie leek te verdwijnen. Dat riep de vraag op: is een operatie altijd noodzakelijk? Na deze eerste landelijke studie, werd in 2014 een internationale studie (STARTREC) opgezet waarin patiënten konden kiezen tussen de standaardoperatie of deelname aan een orgaansparend behandeltraject.Binnen dat traject werd geloot tussen twee behandelvormen:
- vijf bestralingen in vijf dagen, of
- een combinatie van 25 bestralingen met chemotherapie gedurende vijf weken
De uitkomsten zijn veelbelovend: bij een groot deel van de patiënten kon de endeldarm behouden blijven. De Wilt: ‘Als je de gevolgen van een operatie kunt voorkomen, dan heeft dat potentieel veel voordelen voor de kwaliteit van leven.’
Steeds meer maatwerk in de zorg
De Wilt plaatst het onderzoek in een breed kader. Zo zorgen verbeterde diagnostiek en het bevolkingsonderzoek ervoor dat tumoren vaker in een vroeg stadium worden ontdekt. Waar vroeger standaard voor een operatie werd gekozen kijken artsen nu nadrukkelijker naar de vraag welke behandeling voor een patiënt de beste balans biedt tussen genezing en de kwaliteit van leven. Voor én na de behandeling.
‘Vroeger was gewoon de oplossing: opereren, dan is alles eruit!’
Waar de ene patiënt alles op alles wil zetten om een stoma te voorkomen, kiest een ander juist voor de zekerheid van een operatie. De Wilt benadrukt dat de afweging voor iedere patiënt anders is: ‘Er zijn mensen die zeggen: ik wil in één keer klaar zijn. Waar jonge patiënten soms denken aan werk, sport, relaties en seksualiteit, zien oudere patiënten op tegen een grote operatie, al zegt leeftijd alleen weinig over de uiteindelijke keuze.’
‘Er is geen patiënt die binnenkomt en zegt: ‘Ik wil graag een stoma.’
De Wilt ziet hoe persoonlijk deze keuzes zijn. Welke keuze het beste past verschilt van persoon tot persoon. Want ondanks dat niemand graag een stoma wil, hoeft dat geen slechte uitkomst te zijn. Veel patiënten functioneren uitstekend met een stoma en hebben uiteindelijk een goede kwaliteit van leven.
Maar als een vergelijkbare uitkomst mogelijk is zonder operatie, willen veel patiënten dat serieus onderzoeken. En dat is nodig, want een behandeling kan niet worden gezien als een eenvoudige route waarbij alle zorgen verdwijnen. De positieve onderzoeksresultaten betekenen namelijk niet dat patiënten na een orgaansparende behandeling uit beeld verdwijnen.
Intensieve controle na alternatieve behandelmethode
Patiënten die zich niet laten opereren, worden juist vaker en uitgebreider gecontroleerd. In de eerste jaren volgt intensieve follow-up, controle en begeleiding om te beoordelen of de tumor wegblijft. Bovendien moet een deel van de patiënten uiteindelijk alsnog geopereerd worden wanneer de behandeling niet het gewenste resultaat oplevert.
De Wilt: ‘Je weet dus niet altijd of je een stoma voorkomt. Sommige patiënten houden klachten over van de bestraling, anderen leven met de wetenschap dat zij lang onder controle blijven. Genezen betekent niet automatisch dat alles weer wordt zoals voorheen.’
Het landschap rondom endeldarmkanker verandert
Zorgverleners zoals stomaverpleegkundigen, specialisten en casemanagers krijgen te maken met een behandelveld dat zich ontwikkelt. Dat betekent dat ze steeds vaker te maken krijgen met patiënten die een ander behandeltraject doorlopen dan voorheen.
Naast patiënten met een stoma komt er een groeiende groep patiënten aan die kiest voor orgaanbehoud door bestraling eventueel met chemotherapie en langdurige controle. Dat vraagt om kennis van deze nieuwe behandelingen, goede samenwerking tussen disciplines en het ondersteunen van patiënten bij het maken van keuzes.
‘Er zijn zoveel voorbeelden in de zorg waar we nu toch kijken: kun je een operatie voorkomen?’
Steeds vaker ruimte voor een alternatief
Hoewel de resultaten nu al veelbelovend zijn betreft het een tussentijdse analyse. Onderzoekers bekijken in nieuwe studies inmiddels of het succespercentage van orgaansparende behandelingen verder kan worden verhoogd en de langetermijnresultaten volgen nog.
Maar het belangrijkste nieuws – voor zowel patiënten als voor zorgverleners – tekent zich af: waar een operatie vroeger vrijwel vanzelfsprekend was, ontstaat nu steeds vaker ruimte voor een alternatief. Artsen en patiënten hebben betere mogelijkheden om samen te zoeken naar de best passende behandeling. En dat zorgt voor meer keuze, meer maatwerk en meer aandacht voor de kwaliteit van leven.
De aan het onderzoek deelnemende ziekenhuizen zijn:
- RadboudUMC (Nijmegen)
- Catharina Ziekenhuis (Eindhoven)
- Leiden UMC
- Martini Ziekenhuis/UMC Groningen
- NKI-AvL Amsterdam
- Elisabeth-Tweesteden Ziekenhuis/Insituut Verbeeten (Tilburg)
- Isala Zwolle
- Medisch Centrum Leeuwarden/RIF
- Laurentius Ziekenhuis Roermond/Maastro Clinic Maastricht
- Diakonessenhuis/UMC Utrecht
- Spaarne Gasthuis (Haarlem)
- Amphia Hospital/Instituut Verbeeten (Breda)
- Deventer Ziekenhuis en Radiotherapiegroep
- AmsterdamUMC