Vaattoegangszorg

Het bepalen van de juiste vasculaire toegang is essentieel voor veilige en effectieve infuustherapie. De keuze omvat perifere en centrale toegangswegen zoals PIVC, midline, PICC, CVC en poortkatheters (PAC). Doel van de leidraad:
  • Optimale device-selectie op basis van: indicatie, verwachte therapieduur, farmacologische eigenschappen (osmolariteit, pH, vesicant/irriterend), veneuze conditie, risicoprofiel en patiëntvoorkeur en leefstijl
  • Verminderen van complicaties
  • Bevorderen van veilige zorg in alle settings
  • Stimuleren van evidencebased practice volgens INS-standaarden

Inhoudsopgave

Kenmerken

  • Evidencebased en in lijn met de Infusion Nurses Society (INS Standards of Practice)
  • Aansluiting op nationale richtlijnen zoals Stichting Vascular Infusion Technology (VIT), Vilans en de Richtlijnendatabase
  • Device-selectie op basis van indicatie, therapieduur, medicatie-eigenschappen en patiëntfactoren
  • Vein preservation als uitgangspunt
  • Escalatieprincipe: van minst invasief naar centraal indien nodig
  • Gericht op patiëntveiligheid, comfort en zorgcontinuïteit (ziekenhuis én thuissituatie)
  • Aandacht voor infectiepreventie, complicatiepreventie en kwaliteitsborging

Algemene principes van vaattoegang

  • Vein Preservation (vene-sparend beleid)
    • Spaar perifere venen ter voorkoming van toekomstig vaatverlies
    • Vermijd onnodige herprikken
    • Overweeg vroegtijdig een duurzamer device bij langere therapie
    • Extra aandacht bij oncologische en nefrologische patiënten (toekomstige dialyse)
  • Escalatieprincipe
    • Start met de minst invasieve toegangsweg
    • Escaleer naar midline of centrale lijn bij: 
      • Langere therapieduur
      • Onvoldoende perifere toegang
      • Bij irriterende of vesicante medicatie direct CVC
    • Voorkom te lang doorbehandelen via een inadequaat device
  • Shared decision making
    • Betrek patiënt bij keuze
    • Houd rekening met:
      • Thuissituatie
      • Mobiliteit
      • Leeftijd van de patiënt
      • Werk en leefstijl
      • Zelfzorgmogelijkheden

Soorten vaattoegang

  • Perifere intraveneuze katheter (PIVC)

    Indicatie

    • Kortdurende therapie (meestal ≤ 3–5 dagen)
    • Niet-irriterende en niet-vesicante vloeistoffen

    Voordelen

    • Snel en eenvoudig te plaatsen
    • Minst invasief
    • Lage procedurele belasting

    Risico’s

    • Infiltratie
    • Flebitis
    • Extravasatie
    • Dislocatie

    INS-principe

    • Dagelijkse beoordeling noodzakelijk
    • Verwijderen zodra niet meer geïndiceerd (clinically indicated replacement)
  • Midline katheter

    Beschrijving

    • Lange perifere katheter
    • Ingebracht in vene van bovenarm
    • Tip ligt perifeer (niet centraal)

    Indicatie

    • Therapie van meerdere dagen tot maximaal 4 weken (marktregistratie NL)
    • Perifeer compatibele medicatie

    Voordelen

    • Langere levensduur dan PIVC
    • Minder herprikken
    • Verbeterd comfort
    • Geschikt voor extramurale zorg

    Beperkingen

    • Niet geschikt voor: 
      • Vesicanten
      • Hyperosmolaire oplossingen
      • Extreme pH
    • Tip ligt niet in centrale circulatie
  • Perifeer ingebrachte centrale catheter (PICC)

    Beschrijving

    • Perifere inbreng
    • Kathetertip in centrale circulatie (ter hoogte van vena cava superior en rechter atrium)

    Indicatie

    • Therapie > 2 weken
    • Vesicante of irriterende medicatie
    • Totale parenterale voeding (TPN)
    • Langdurige antibiotica
    • Thuistherapie

    Voordelen

    • Geschikt voor langdurige therapie
    • Relatief minder invasief dan getunnelde systemen
    • Geschikt voor extramurale zorg

    Risico’s

    • Trombose
    • Cathetergerelateerde bloedbaaninfectie (CRBSI= Catheter-Related Bloodstream Infection)
    • Occlusie

    INS-principe

    • Radiologische of ECG-geleide tipcontrole
    • Gestructureerd onderhoudsprotocol
  • Centraal veneuze katheter (CVC) en veneuze poortkatheter (VIT)

    Niet-getunnelde CVC

    Indicatie

    • Kort tot middellang gebruik
    • Acute setting
    • Hemodynamische monitoring

    Complicaties

    • Pneumothorax
    • Hematoom
    • Infectie
    • Trombose

     

    Getunnelde CVC / Implanteerbare poort (VIT)

    Indicatie

    • Langdurige therapie
    • Vesicante chemotherapie
    • TPN
    • Frequente bloedafnames

     

    Voordelen

    • Lagere infectiekans door cuff/tunnel
    • Langdurige inzetbaarheid
    • Betere kwaliteit van leven bij chronische therapie

Keuzecriteria op basis van therapieduur (volgens INS-principes)

  • ≤ 5 dagen: PIVC indien medicatie perifeer compatibel
  • 5–30 dagen: Overweeg midline bij stabiele perifere therapie
  • > 2–4 weken of kans op verlenging: PICC of centrale toegang
  • Vesicanten / TPN / extreme pH/ hoge osmolariteit: Centrale toegang
Belangrijk: device-keuze is nooit alleen gebaseerd op duur, maar altijd op combinatie van medicatie-eigenschappen, veneuze conditie en patiëntfactoren.

Verzorging en infectiepreventie

Algemene hygiënische principes

  • Handhygiëne volgens actuele richtlijnen
  • Aseptische no-touch techniek (ANTT)
  • Gebruik van maximale barrièremaatregelen bij centrale lijnen
  • Dagelijkse beoordeling van noodzaak

Verzorging insteekopening

  • Inspectie op roodheid, lekkage, pijn of zwelling
  • Transparant huidfolie (visualisatie mogelijk)
  • Verbandwissel: 
    • Volgens protocol
    • Bij loslaten, vervuiling of vocht
  • Chloorhexidine-alcohol huiddesinfectie (indien niet gecontra-indiceerd)

Flush- en slotbeleid

  • Spoelen met NaCl 0,9% volgens pulsatie techniek leidraad VIT nakijken
  • Positieve druk-techniek bij afsluiten
  • Lock-oplossing volgens protocol
  • Spoelen: 
    • Voor en na medicatietoediening
    • Na bloedafname
    • Volgens onderhoudsschema bij niet-gebruik

Naadloze connectoren & lijnmanagement

  • Gebruik van naadloze (needleless) connectoren
  • Desinfectie van aansluitpunten vóór elke manipulatie
  • Minimaliseer lijnonderbrekingen
  • Sluit ongebruikte lumen af

Complicatiecontinuüm

Perifere katheters

  • Infiltratie
  • Extravasatie
  • Flebitis
  • Dislocatie

Centrale katheters

  • Cathetergerelateerde bloedbaaninfectie (CRBSI= Catheter-Related Bloodstream Infection)
  • Trombose
  • Occlusie
  • Mechanische complicaties
  • Infiltratie
  • Extravasatie
  • Dislocatie

Reactie op pleisters/folies/fixatiemateriaal

  • Symptomen
    • Huidirritatie (roodheid, jeuk, branderig gevoel)
    • Allergische contactdermatitis (eczeemachtige uitslag, blaasjes)
    • Maceratie (weke, witte huid door vochtophoping)
    • Mechanische schade (huidbeschadiging bij verwijderen, “skin stripping”)
  • Mogelijke oorzaken
    • Overgevoeligheid voor lijmstoffen (acrylaten, siliconen)
    • Langdurige blootstelling aan vocht/zweet
    • Frequente wisseling van verbandmateriaal
    • Kwetsbare huid (ouderen, kinderen, corticosteroïdgebruik)
  • Signalering

    Let op:

    • Roodheid buiten de randen van de pleister
    • Jeuk of pijnklachten
    • Blaasjes of schilfering
    • Natte of verweekt uitziende huid

    Evalueer bij elke verbandwissel de huidconditie.

  • Preventie

    Kies bij risicopatiënten:

    • Hypoallergene of siliconenpleisters
    • Huidbeschermende barrièrefilm (barrier wipe/spray)

    Zorg voor:

    • Schone, droge huid vóór aanbrengen
    • Minimale spanning op de huid bij fixatie
    • Afwisselen van plakplaatsen indien mogelijk
  • Behandeling/aanpak bij reactie

    Milde irritatie:

    • Verwijder of vervang het materiaal
    • Gebruik alternatief fixatiemateriaal (bijv. siliconen)
    • Bescherm de huid met barrièremiddel

    Ernstigere reactie (bijv. allergisch):

    • Stop gebruik van verdacht materiaal
    • Overweeg consult arts/verpleegkundig specialist
    • Eventueel lokale behandeling (bijv. corticosteroïdcrème volgens voorschrift)

    Bij huidbeschadiging:

    Gebruik atraumatische verwijdertechniek (slow peel, huid ondersteunen)

    Overweeg niet-klevende fixatie (zwachtel/netverband

  • Praktische tips
    • Verwijder pleisters langzaam, in haarrichting en laag over de huid
    • Gebruik zo nodig een lijmoplosser
    • Documenteer reacties duidelijk in dossier
    • Informeer patiënt over eerdere/allergische reacties

Aanvullende fixatie- en infectiepreventiestrategieën

Gebruik van huidlijm (tissue adhesive)

  • Doel van huidlijm
    • Extra fixatie van de katheter bij de insteekopening
    • Verminderen van microbeweging (micromotion)
    • Reduceren van vroegtijdige dislocatie
    • Mogelijke reductie van bloeding of lekkage direct post-insertie
  • Toepassing volgens actuele inzichten (INS/VIT-duiding)
    • Met name te overwegen bij: 
      • PICC-lijnen
      • Midlines
      • Centrale katheters
      • Patiënten met verhoogd risico op dislocatie
    • Kan worden gebruikt als aanvulling op sutureless securement devices (fixatie zonder hechting)
    • Niet bedoeld als vervanging van een steriel verband
  • Belangrijke aandachtspunten
    • Alleen aanbrengen direct na insertie op droge huid
    • Niet gebruiken bij: 
      • Actieve huidirritatie
      • Overgevoeligheid voor cyanoacrylaten
    • Inspectie van de insteekplaats moet mogelijk blijven
    • Niet routinematig verplicht, indicatiegericht inzetten
  • Kernboodschap
    Huidlijm kan bijdragen aan betere stabilisatie en mogelijk minder complicaties, maar maakt altijd deel uit van een totaal fixatie- en onderhoudsbeleid.

Gebruik van CHG-pleister (chloorhexidine-impregnated dressing)

  • Doel van CHG-impregneerde pleisters
    • Continue antimicrobiële werking rond insteekopening
    • Verlaging van risico op kathetergerelateerde bloedbaaninfecties (CRBSI)
    • Aanvulling op standaard aseptisch beleid
  • Indicaties (volgens INS en Nederlandse praktijk)

    Te overwegen bij:

    • Centrale lijnen (PICC, CVC, getunnelde katheters)
    • IC-patiënten
    • Patiënten met verhoogd infectierisico
    • Langdurige katheterligging

    Niet standaard noodzakelijk bij:

    • Kortdurende PIVC
    • Zeer korte therapie zonder risicofactoren
  • Voorwaarden voor gebruik
    • Geen bekende overgevoeligheid voor chloorhexidine
    • Huid intact
    • Correcte positionering onder transparante pleister
    • Regelmatige inspectie op huidreacties
  • Aandachtspunten
    • Kan huidirritatie veroorzaken (met name bij neonaten of kwetsbare huid)
    • Niet combineren met andere CHG-bevattende producten zonder indicatie
    • Verbandwissel volgens protocol

Positionering binnen de leidraad

Binnen vaattoegangszorg geldt:

  • Voor de zorg van de insteekopening van de vaattoegang: overweeg gerbuik te maken van de Vilans-protocol of het protocol van het behandelend ziekenhuis
  • Fixatie is essentieel voor complicatiepreventie
  • Combineer: 
    • Sutureless securement (het fixeren van een katheter zonder hechtingen)
    • Correct verbandmanagement
    • Eventueel huidlijm (indicatiegericht)
    • CHG-pleister bij verhoogd infectierisico
  • Dagelijkse evaluatie van:
    • Noodzaak katheter
    • Stabiliteit
    • Huidconditie
    • Infectiesignalen