Naaldloze connectoren in de infuustherapieĀ
Naaldloze connectoren vormen het aan- en afkoppelpunt voor infuuslijnen op verschillende vaattoegangen. Deze leidraad helpt professionals veilig werken met deze connectoren en bevordert de zelfredzaamheid van de patiƫnt, inclusief desinfectie en infectiepreventie. Naaldloze connectoren dragen bij aan veilige infuustherapie door het risico op prikaccidenten, contaminatie en katheter gerelateerde complicaties te verminderen. De inhoud is gebaseerd op (inter)nationale richtlijnen zoals de Infusion Therapy Standards of Practice (INS), adviezen van V&VN en kennisdocumenten van Vilans.
Inhoudsopgave
Wat zijn naaldloze connectoren?
Naaldloze connectoren (ook wel naaldloze afsluitdopjes of needle-free connectors genoemd) worden toegepast op:
- Centraal veneuze katheters (CVC)
- Perifeer ingebrachte centrale katheters (PICC)
- Midlines
- Veneuze poortsystemen
- Perifere en subcutane canules
Ze vormen het aan- en afkoppelpunt voor infuuslijnen en injectiespuiten met een luer(-lock) aansluiting, zonder gebruik van een naald.
Werking van naaldloze connectoren
De meeste naaldloze connectoren bevatten:
- Een latexvrij membraan (septum)
- Een intern mechanisme, vaak met een veer- of ventielsysteem
Bij aansluiten van een injectiespuit of infuussysteem:
- Het membraan wordt naar binnen gedrukt
- De vloeistofstroom naar de katheter wordt geopend
Bij afkoppelen:
- Het membraan veert automatisch terug
- De connector sluit zich af en voorkomt lekkage of luchtinslag
Het interne ontwerp bepaalt hoe vloeistof zich verplaatst bij aan- en afkoppelen. Dit wordt het displacement genoemd.
Displacement: wat betekent dat?
Displacement is de verplaatsing van vloeistof (of bloed) in de katheter bij het aan- of afkoppelen van een connector. Er zijn drie typen:
-
Negatief displacement
Kenmerken
- Bij afkoppelen ontstaat een lichte zuigkracht
- Bloed kan terugstromen in de katheter
Gevolgen
- Verhoogd risico op stolselvorming en verstopping
- Vaker noodzaak tot spoelen met een slotoplossing
Aandachtspunten volgens richtlijnen
- Correcte bevestiging is essentieel (clamp-techniek= klem dicht voor afkoppelen)
- Vaak wordt heparine als slotoplossing toegepast, afhankelijk van lokaal protocol
-
Neutraal displacement
Kenmerken
- Geen relevante vloeistofverplaatsing bij aan- of afkoppelen
- Geen instroom of uitstroom van vloeistof
Gevolgen
- Minder kans op bloedterugloop
- Verminderd risico op katheterocclusie
Aandachtspunten volgens richtlijnen
- Spoelen met NaCl 0,9% volgens puls- en volumeafspraken
- Correct desinfecteren van het membraan blijft cruciaal
-
Positief displacement
Kenmerken
- Bij afkoppelen wordt een kleine hoeveelheid vloeistof richting katheter gestuwd
- Voorkomt terugstromen van bloed
Gevolgen
- Lager risico op verstopping
- Geschikt voor langdurig gebruik bij centrale lijnen
Aandachtspunten volgens richtlijnen
- Geen of minder noodzaak voor heparineslot, afhankelijk van kathetertype
- Juiste aansluit- en afkoppeltechniek blijft noodzakelijk
Keuze van de juiste connector
Volgens INS, V&VN en Vilans geldt:
- Gebruik altijd het type connector dat past bij de katheter en indicatie
- Volg het advies van de katheterfabrikant
- Stem het spoel- en afsluitprotocol af op het type displacement
Veel fabrikanten geven expliciet aan:
- Welk type naaldloze connector geschikt is
- Of een positieve, neutrale of negatieve connector vereist is
Raadpleeg hiervoor:
- Productspecificaties van de katheter
- Overzichtstabellen (zoals PICC- en midline-overzichten)
- De leverancier of medisch hulpmiddelenadviseur
Praktische aandachtspunten voor de zorgprofessional
- Desinfecteer het membraan altijd volgens protocol (bijv. alcohol 70%) en werk volgens de principes van de aseptische non-touch techniek (ANTT)
- Gebruik een scrub the hub-techniek
- Spoel volgens de geldende richtlijn (volume, pulsatie, frequentie)
- Vervang connectoren volgens lokaal beleid of fabrikantadvies
- Observeer op tekenen van verstopping, lekkage of infectie