Beslisboom: Welke infuuskatheter kies je?

Keuze katheter infuus geschikt voor perifere toediening

  • Kortdurende therapie (meestal ≤ 6–7 dagen)

    Perifeer intraveneuze katheter (PIVC) 

    • Indicatie: toediening van niet-irriterende, isotone vloeistoffen, standaard medicatie of bloedproducten.
    • Toelichting: geschikt bij kortdurend gebruik en weinig risico op vaatirritatie.
  • Middellange therapie (± 1 tot 4 weken)

    Midline katheter 

    • Toelichting: gebruikt voor langere perifere therapie dan PIVC, maar niet tot centraal vatenstelsel. Niet geschikt voor vesicante (weefselbeschadigende) middelen of parenterale voeding/extreme osmolaliteit.
  • Langdurige therapie (>4 weken of frequent herhaald)

Indicatie centrale veneuze toegang (CVAD) bij: 

  • Toediening van vesicante medicatie (zoals sommige cytostatica)
  • Infuus met zeer hoge of lage PH of TPN
  • Erg slechte perifere toegang
  • Frequente bloedafnames of therapie > enkele weken

Centraal veneuze toegang  

Overweeg:

  • PICC (Perifeer ingebrachte centrale katheter)
    Gemakkelijker te plaatsen, kan weken tot maanden blijven zitten.
  • Getunnelde katheter 
    Voor langdurige therapie die maanden tot jaren duurt.
  • Volledig implanteerbaar toegang (poort/VIT) 
    Voor chronische therapie > maanden, goed cosmetisch en minder verzorging extern.
  • Als centrale toegang niet noodzakelijk is: Midline katheter

Specifieke overwegingen bij centraal veneuze toegang

Frequentie en noodzaak multiple infusies

Als je meerdere afzonderlijke lijnen nodig hebt (zoals medicatie + TPN + bloedproducten): Overweeg een multilumen CVC. Let op: gebruik niet meer lumina dan strikt nodig; meer lumina kan meer infectie- en tromboserisico geven.

Patiëntfactoren

  • Moeilijke veneuze toegang: Overweeg eerder PICC of implanteerbare poort 
  • Beweging/actieve patiënt: Poort of getunnelde katheter kan comfortabeler zijn 
  • Infusie thuis: PICC of poort/VIT

Samenvatting keuze katheter

Duur Therapie Indicatie Gekozen Katheter
≤ 6-7 dagen Weinig irritatie, standaard infuus PIVC
1-4 weken Langere perifere therapie Midline
Intensief, ongeacht duur Centrale therapie of vesicantie PICC/ CVC/ Poort
Chronisch, langdurig > maanden Thuis- of intensieve therapie Poort/VIT/getunnelde CVC

Belangrijke overwegingen uit richtlijnen

  • De keuze van katheter moet altijd gebaseerd zijn op de doelstelling, duur, en risico’s van complicaties of vaatirritatie.
  • Voor therapie die langer dan ±6 dagen duurt, wordt vaak midline of centrale toegang geprefereerd boven korte perifere katheters.
  • De INS/VIT richtlijnen benadrukken dat patiëntcomfort en -veiligheid meegewogen moeten worden bij de keuze en het onderhoud.

Beslisboom vaattoegang uitgebreid met medicatie/infusielijsten

In het schema staan veelgebruikte medicatiecategorieëncategorieën en een richtlijn voor welke vaattoegang meestal passend is volgens device.

Medicatie/ Infuus Eigenschap Aanbevolen toegang
Normale isotone vloeistoffen Niet irriterend PIVC/ Midline
Basale antibiotica
(cefazolin, ceftriaxon, ceftazidim, ampicillin)
Irriterend, maar kan soms ook via perifere toediening Midline of PICC
afhankelijk van duur
Zeer irriterende antibiotica
(aminoglycosiden, amphotericin B)
Irriterend PICC/ korte perifere infusies zijn soms mogelijk bij goede verdunning, maar bij langere duur centrale lijn (PICC of CVC) is meestal aanbevolen.
Vesicanten
(chemotherapie)
Veroorzaken weefselnecrose bij extravasatie Centraal veneuze toegang (bijv. PICC/ Poort)
TPN (Totale parenterale voeding) Hoge osmolariteit Centraal veneuze toegang
Bloedproducten/ Grote volumes Goede dilutie nodig PIVC/ Midline (kort)/ Centraal veneuze toegang (lang)
afhankelijk van duur en frequentie
Elektrolytencrashes (bijv. KCl hoog concentratie hyperosmolar) Potentieel vaat-irriterend Bij hoge osmolariteit/concentratie:
Centraal veneuze toegang
Vasopressoren/irriterende medicatie Vaak irriterend Meestal Centraal veneuze toegang

Deze lijsten zijn algemene adviezen. Protocollen, productinformatie en farmacologisch adviescompatibiliteitsdatabases) moeten altijd doorslaggevend zijn en kunnen per instelling wisselend zijn.

Specifieke pH & Osmolariteit criteria

Veel leidraden en richtlijnen gebruiken drempels zoals:

  • pH < 5 of > 9
  • Osmolariteit > ~900 mOsm/kg

In deze gevallen wordt vaak centrale toegang overwogen, omdat perifere verdunning onvoldoende is en het risico op extravasatie groot is. Exacte waarden kunnen variëren van fabrikant en lokaal beleid.

Samenvatting beslisboom per therapie en medicatiecategorie

  1. Kortdurend + niet irritantirriterend: PIVC
  2. Middellang + weinig irritatie: Midline
  3. Irritante/vesicante medicatie of hoge osmolariteit/ langdurig: Centraal veneuze toegang (bijv. PICC/ Poort/ getunnelde CVC)