Palliatieve sedatie: van refractaire symptomen tot onderhoud

Palliatieve sedatie wordt pas ingezet wanneer alle andere behandelopties onvoldoende effect hebben gehad. Het herkennen en behandelen van refractaire symptomen is daarom een cruciale eerste stap. Deze leidraad ondersteunt zorgverleners bij de indicatiestelling in de praktijk en helpt bij het maken van de juiste keuze tussen continue en intermitterende sedatie. Daarnaast biedt de leidraad houvast bij de selectie van passende medicatie en dosering, zoals midazolam en morfine, en bij het zorgvuldig monitoren van het comfort van de patiënt.

De leidraad sluit aan bij de Richtlijn Palliatieve Zorg, waarin comfort, symptoomcontrole en veiligheid centraal staan. Voor palliatieve pijnbestrijding en sedatie geldt:

  • Altijd toedienen via een mechanische pomp
  • Keuze voor pomp of andere toedieningsvorm afhankelijk van: 
    • Verwachte duur van de behandeling
    • Stabiliteit van de patiënt
    • Mogelijkheid tot apotheekbereiding bij afwijking geregistreerde geneesmiddelen (afwijkende dosering)
    • Noodzaak van een bolusfunctie

Volgens Vilans Palliatieve Zorg: Sedatie en Symptoombestrijding (2023) infuustherapie in de palliatieve fase en bij chronische pijn en continue toediening met pompmedicatie bij voorkeur afzonderlijk toedienen geregistreerde geneesmiddelen boven magistrale bereiding.

Inhoudsopgave

Beslisboom Pijnbestrijding

Kernpunten
  • Continue evaluatie van pijnscore en bijwerkingen (minimaal dagelijks)
  • Oraal waar mogelijk, volgens vast schema en WHO-pijnladder
  • Tijdig overgaan op parenterale toediening bij slikproblemen of onvoldoende effect
  • Multidisciplinaire afstemming (arts, verpleegkundige, apotheker, palliatief team)
  • Documentatie volgens Vilans-protocollen
  • Evaluatie effect volgens protocol na dosiswijziging

Stap 1: Beoordeel pijn en belastbaarheid

  • Pijnscore (NRS/VAS)
  • Refractaire pijn?
  • Slikfunctie intact?
  • Misselijkheid/braken?
  • Verwachte ziekteduur?
  • Thuissituatie en zelfredzaamheid?

Stap 2: Kies medicamenteuze strategie (WHO-ladder)

Zie: Integraal Kankercentrum Nederland (Richtlijn Pijn in de Palliatieve Fase, 2024)

  • Stap 1: Paracetamol ± NSAID
  • Stap 2: Zwak opioïd
  • Stap 3: Sterk opioïd (morfine/oxycodon/fentanyl)
  • Overweeg adjuvante medicatie (bijv. dexamethason bij inflammatoire component)

Bij lokale reactie s.c.: Overweeg dexamethason 2,5 mg in 100 ml morfine (indien farmacologisch verantwoord)

Stap 3: Kies toedieningsweg

  • Oraal
    • Eerste keuze bij goede slikfunctie
    • Eenvoudig en goedkoop
    • Niet geschikt bij misselijkheid/slikproblemen
  • Transdermaal
    • Stabiele pijn
    • Geen snelle titratie nodig
    • Trage op- en afbouw
  • Nasaal
    • Snelle opname via neusslijmvlies 
    • Snelle irritatie van neusslijmvlies 
    • Geschikt bij slikproblemen 
    • Voor snelle pijnstilling/ doorbraakpijn 
    • Kortdurend effect 
  • Subcutaan (voorkeur parenterale route) 
    • Bij slikproblemen
    • Bij instabiele pijn
    • Geschikt voor intermitterend én continu
    • Controleer insteekplaats en pompinstellingen
  • Intraveneus
    • Bij onvoldoende opname s.c.
    • Bij snelle titratie
    • Meer risico (lijnbeheer)
  • Epiduraal/ Intrathecaal
    • Bij refractaire pijn
    • Specialistische indicatie
    • Multidisciplinaire besluitvorming
Vergelijking:
Toedieningsweg Indicatie/toepassing Voordelen Aandachtspunten
Oraal Eerste keuze bij goede slikfunctie en stabiele situatie Eenvoudig, niet-invasief, goedkoop, vertrouwd Niet geschikt bij misselijkheid, braken of slikproblemen; opname afhankelijk van maag-darmfunctie
Transdermaal Stabiele pijn; geen snelle titratie nodig; langdurige behandeling Patiëntvriendelijk; langdurig effect (72 uur of langer); weinig handelingen Trage opbouw en afbouw; minder geschikt bij snel wisselende pijn; absorptie beïnvloedbaar door koorts/doorbloeding
Nasaal Acute doorbraakpijn bij chronische pijn of kanker

Bij slikproblemen of wanneer orale inname niet mogelijk is

Wanneer snelle werking nodig is, bijvoorbeeld bij plotselinge hevige pijn
Snelle opname via het neusslijmvlies → snelle pijnverlichting

Niet-invasief → geen naalden of infuus nodig

Kan thuis worden gebruikt, geschikt voor zelfadministratie

Geschikt bij patiënten met misselijkheid die orale medicatie niet kunnen verdragen
Kortdurend effect → vaak herhaalde toediening nodig

Irritatie van neusslijmvlies mogelijk (brandend gevoel, loopneus)

Beperkte dosering per toediening → niet geschikt voor grote hoeveelheden medicatie

Contra-indicaties: neusobstructies, ernstige rhinitis, of neusschade

Niet alle opioïden zijn geschikt voor intranasale toediening; vaak beperkte formuleringen beschikbaar
Subcutaan Bij slikproblemen; instabiele pijn; behoefte aan snelle titratie; palliatieve fase Goede opname; geschikt voor intermitterende én continue toediening; relatief weinig belastend Controleer insteekplaats; let op lokale irritatie; juiste concentratie en flow instellen
Intraveneus Bij onvoldoende opname s.c.; noodzaak tot snelle titratie; acute situaties Snelle werking; directe titratie mogelijk; voorspelbaar effect Meer risico's (infectie, lijnbeheer); technische vaardigheden vereist; belastender voor patiënt
Epiduraal/
Intrathecaal
Refractaire pijn ondanks optimale systemische therapie; specialistische indicatie Zeer effectieve pijncontrole bij lagere systemische dosering; minder systemische bijwerkingen Alleen in specialistische setting; invasief; risico op neurologische complicaties; multidisciplinair besluit noodzakelijk
Alternatief Tijdelijke noodoplossing; wanneer andere routes niet mogelijk zijn Bruikbaar in acute of overbruggingssituaties; niet-invasief Variabele opname; vaak tijdelijk; beperkte medicatiekeuze

Stap 4: Continue of bolustoediening?

  • Bolustoediening (handmatig)
    • Geschikt bij incidentele toediening
    • Grotere kans op pieken/dalen
    • Meer belasting patiënt en zorgverlener
    • Hogere kans op fouten
  • Continue toediening met mechanische pomp (voorkeur)
    • Constante medicatiespiegel
    • Betere symptoomcontrole
    • Minder pieken en dalen
    • Bolusfunctie mogelijk (bij doorbraakpijn)
    • Minder handelingen
    • Minder toedienfouten
    • Sluit aan bij INS Standards

    Bij opioïden en benzodiazepinen: Gebruik gecertificeerde infuuspomp

    Overweeg aparte pompen voor:

    • Morfine / Sendolor
    • Midazolam / Senozam

    De voorkeur voor aparte pompen voor sedatie en pijnbestrijding in palliatieve zorg is gebaseerd op:

    • Onafhankelijke titratie van sedativa en opioïden
    • Voorkomen van onbedoelde dosisverhoging van pijnmedicatie
    • Medicatieveiligheid (minder risico op respiratoire depressie)
    • Verschillende farmacologische doelen van sedatie vs analgesie
    • Betere symptoomcontrole en praktische veiligheid

    Deze aanbevelingen zijn terug te vinden in o.a.: Nederlandse Richtlijn Palliatieve Sedatie (Palliaweb / NHG)

Concentratie- en flowkeuze (bijv. Sendolor 1–10–20 mg/ml)

Overwegingen:
  • Totale dagdosering
  • Benodigde flow (comfort bij lage flow intraveneus)
  • Stabiliteit oplossing
  • Houdbaarheid volgens GMP(-Z)
  • Risico op volumebelasting (maximale flow van 3 ml/uur subcutane toediening)
  • Beschikbaarheid geregistreerd product

Apotheek bepaalt concentratie volgens stabiliteitsgegevens.

Beslisboom Sedatie

Kernpunten
  • Doel: verlichting van refractair lijden
  • Geen levensverkortende handeling
  • Prognose < 2 weken
  • Multidisciplinair besluit
  • Instemming patiënt/naasten indien mogelijk
  • Continue bewaking proportionaliteit
  • Monitoring via RASS-PAL of vergelijkbaar
Stap/Vraag Actie/Volgende stap
Symptomen onbehandelbaar ondanks optimale therapie? → JA → Overweeg palliatieve sedatie
Is patiënt in de stervensfase (<2 weken prognose)? → JA → Ga verder
Multidisciplinair overleg en instemming patiënt/naasten? → JA → Start protocol sedatie
Kies toedieningsvorm → Subcutaan is voorkeur
Continue of intermitterende sedatie? → Afhankelijk van symptoom en situatie, voorkeur via pomp
Monitor comfort en diepte sedatie → Gebruik RASS-PAL of vergelijkbare observatielijst
Evalueer dagelijks met behandelteam → Pas dosis of beleid aan indien nodig

Zie Richtlijn Palliatieve Sedatie (IKNL, 2022)

 

Stap 1: Zijn symptomen refractair?

  • Pijn
  • Dyspneu
  • Delier
  • Angst/onrust

JA → Overweeg sedatie

Stap 2: Is patiënt in stervensfase (< 2 weken)?

→ JA → Ga verder

Stap 3: Multidisciplinair overleg?

  • Arts met expertise palliatieve zorg
  • Verpleegkundige
  • Apotheek
  • Palliatief team

Instemming patiënt/naasten

Stap 4: Kies toedieningsvorm

  • Subcutaan (voorkeur)
    • Continue sedatie via pomp
    • Betrouwbare opname
    • Minder belastend
  • Intraveneus
    • Bij bestaande toegang
    • Bij onvoldoende s.c.-effect door bijvoorbeeld hoge dosering
  • Intermitterend (bolus)
    • Tijdelijke sedatie
    • Nachtelijke sedatie
    • Acute onrust
  • Nasaal
    • Tijdelijke noodoplossing
    • Variabele opname

Stap 5: Continue of intermitterende sedatie? 

  • Continue sedatie: voorkeur via mechanische pomp 
  • Intermitterend: bolus of pomp met bolusfunctie
  • Mechanische pomp verplicht bij continue sedatie

Monitoring

  • Comfort en diepte sedatie
  • Dagelijkse evaluatie
  • Dosis aanpassen indien nodig
  • Documentatie volgens Vilans / V&VN

Medicatie: combineren of afzonderlijk?

Uitgangspunt: afzonderlijk toedienen

Waarom niet combineren?

  • Nauwkeuriger doseren per middel
  • Geen verspilling bij dosiswijziging
  • Snellere levering apotheek
  • Lagere foutkans pompinstelling
  • Mogelijkheid meerdere insteekplaatsen
  • Beter bij wisselende zorgbehoefte

Geregistreerd heeft de voorkeur boven magistrale bereiding

De voorkeur voor aparte pompen voor sedatie en pijnbestrijding in palliatieve zorg is gebaseerd op:

  • Onafhankelijke titratie van sedativa en opioïden
  • Voorkomen van onbedoelde dosisverhoging van pijnmedicatie
  • Medicatieveiligheid (minder risico op respiratoire depressie)
  • Verschillende farmacologische doelen van sedatie vs analgesie
  • Betere symptoomcontrole en praktische veiligheid

Deze aanbevelingen zijn terug te vinden in o.a.: Nederlandse Richtlijn Palliatieve Sedatie (Palliaweb / NHG)

Medicatie binnen de palliatieve zorg

Algemene kenmerken

  • Vaak toegepast in palliatieve zorg
  • Regelmatig via continue subcutane of intraveneuze infusie
  • Extra aandacht voor: stapeling, sedatie, combinatietherapie (bijv. opioïden)

Voorbeelden:

  • Morfine
    • Kortlopend 1x daags: Nee, kan intermitterend maar heeft niet de voorkeur
    • Continu toediening: Ja
    • Bijzonderheden:
      • Monitoring bewustzijn en ademhaling
  • Midazolam
    • Kortlopend 1x daags: Nee, kan intermitterend maar heeft niet de voorkeur
    • Continu toediening: Ja
    • Bijzonderheden:
      • Sedatiebeleid volgens palliatieve richtlijnen
  • Haldol (haloperidol)
    • Kortlopend 1x daags: Ja, mogelijk bij milde onrust of delier
    • Continu toediening: Ja, bij persisterend delier of ernstige onrust
    • Bijzonderheden: 
      • Eerste keus bij delier in de palliatieve fase
      • Let op extrapiramidale bijwerkingen
      • Monitoring op QT-verlenging bij risicopatiënten
      • Niet primair bedoeld voor sedatie, maar voor behandeling van delier/psychotische symptomen
  • Nozinan (levomepromazine)
    • Kortlopend 1x daags: Nee, kan intermitterend maar heeft niet de voorkeur
    • Continu toediening: Ja
    • Bijzonderheden: 
      • Inzetbaar bij refractaire misselijkheid, braken, onrust of delier
      • Kan sederend werken (meer dan haloperidol)
      • Let op orthostatische hypotensie
      • Kans op anticholinerge bijwerkingen (droge mond, urineretentie)
      • Voorzichtig bij kwetsbare ouderen

Rol van de Apotheek

Voorkeur: geregistreerd geneesmiddel. Voorbeelden:
  • Sendolor (morfine)
  • Senozam (midazolam)
  • Apotheekbereiding
    • Separaat geleverd
    • In zakjes
    • Houdbaarheid volgens GMP(-Z)
    • Langer dan 24 uur houdbaar (volgens stabiliteitsgegevens)
  • Zelf bereiden (VTGM)
    • Geen voorkeur
    • Morfine en Midazolam niet meer zelf bereiden: Morfine is standaard leverbaar in 1, 10 en 20 mg/ml, Midazolam in 5 mg/ml
  • Waarom medicatie niet combineren?
    • Doseringen per middel zijn nauwkeuriger in te stellen
    • Geen verspilling bij dosiswijzigingen
    • Snellere levering door de apotheek
    • Lagere foutkans bij instellen van de pomp
    • Mogelijkheid tot toediening via meerdere insteekplaatsen bij hogere volumes
    • Beter passend bij wisselende behoeften in de palliatieve fase
  • Belangrijk
    Artsen vragen soms om middelen te mengen (met name bij palliatieve sedatie), maar de leidraad adviseert dit alleen te doen (bij uitzondering) wanneer dit farmacologisch en organisatorisch verantwoord is.

Duur van behandeling

  • Palliatieve pijnbestrijding/ sedatie (≤ 10 dagen)
    • Mechanische pomp verplicht
    • Apotheek bereidt medicatie separaat in zakjes, bij voorkeur vaste samenstelling zoals Sendolor en Senozam (geregistreerd middel)
    • Geen cassettegebruik meer bij palliatieve sedatie
    • Dagelijkse evaluatie van effect en comfort
  • Palliatieve fase (≤ 10 dagen)
    • Mechanische pomp verplicht
    • Apotheekbereiding separaat
    • Geen cassettegebruik bij sedatie
    • Dagelijkse evaluatie
  • Chronische pijn (> 10 dagen)
    • Patiënt stabiel ingesteld
    • Apotheekbereiding voorkeur
    • Pomp afhankelijk van: 
      • Bolusbehoefte
      • Leveringsvorm
      • Thuissituatie

Waarom een pomp bij palliatieve zorg volgens richtlijnen?

  • Richtlijn Palliatieve Zorg
    • Optimaal comfort
    • Verlichten van refractair lijden
    • Minder belastende handelingen
    • Voorspelbare symptoomcontrole
  • INS Standards
    • Hoge doseringsnauwkeurigheid
    • Verlaging medicatiefouten
    • Gestandaardiseerde zorgprocessen
    • Veilige bolusgrenzen
    • Continue monitoring

Samenvatting

De Leidraad Infuustherapie ondersteunt zorgprofessionals bij veilige en onderbouwde keuzes in palliatieve en chronische zorg.

Door te werken met:

  • Mechanische pompen
  • Afzonderlijke medicatietoediening
  • Magistrale bereiding
  • Continue evaluatie
  • Multidisciplinaire besluitvorming

Wordt de zorg:

  • Veiliger
  • Nauwkeuriger
  • Comfortabeler
  • Richtlijnconform

Bij elke keuze geldt: Wat is voor deze patiënt, op dit moment, de veiligste en meest passende toedieningsvorm?

NRS: Numeric Rating Scale (pijnscore)

De NRS is een eenvoudige schaal van 0 tot 10 om pijn te meten. De patiënt geeft een cijfer voor de pijn die hij/zij voelt. Voordeel: snel en makkelijk te gebruiken in klinische praktijk.

Betekenis van de score:

  • 0 = geen pijn
  • 1–3 = milde pijn
  • 4–6 = matige pijn
  • 7–10 = ernstige pijn

VAS: Visual Analogue Scale (pijnscore) 

De VAS is een lijn van 10 cm waarop patiënten aangeven hoeveel pijn ze hebben. Links staat “geen pijn” en rechts “ergst denkbare pijn”. De patiënt zet een streepje op de lijn. De afstand (in mm of cm) wordt gemeten en vertaald naar een score van 0–10 of 0–100.

Wordt vaak gebruikt in onderzoek omdat het gevoeliger is voor kleine verschillen in pijn.

RASS: Richmond Agitation-Sedation Scale (sedatie) 

De RASS wordt gebruikt om het niveau van sedatie of agitatie te beoordelen, vaak op de IC.

Schaal van +4 tot −5:

Score Betekenis
+4 Zeer agressief
+3 Zeer geagiteerd
+2 Geagiteerd
+1 Rusteloos
0 Alert en kalm
-1 Slaperig
-2 Lichte sedatie
-3 Matige sedatie
-4 Diepe sedatie
-5 Niet wekbaar

Toegangsweg bij palliatieve medicatietoediening

Arts bepaalt de medicatie en toedieningsroute, maar verpleegkundigen spelen een belangrijke rol in het signaleren van de meest geschikte toegangsweg en het monitoren van effectiviteit en complicaties.

Voorkeur voor subcutane toediening

  • In de palliatieve zorg heeft subcutane toediening vaak de voorkeur boven intraveneuze toediening.
  • Minder belastend voor de patiënt en eenvoudiger te plaatsen en te onderhouden.
  • Lager risico op complicaties zoals infectie of trombose.
  • Geschikt voor continue toediening via een pomp wanneer orale medicatie niet meer mogelijk is.
  • Praktisch toepasbaar in thuiszorg, hospice en ziekenhuis.

Wanneer intraveneus overwegen

  • Wanneer snelle werking noodzakelijk is.
  • Bij onvoldoende subcutane opname (bijv. ernstig oedeem of slechte perifere circulatie).
  • Wanneer al een bestaande intraveneuze toegang aanwezig is.

Continue medicatietoediening

  • Medicatie wordt vaak continu toegediend via een pomp voor een stabiele medicatiespiegel.
  • Aparte pompen voor pijnbestrijding en sedatie hebben de voorkeur zodat doseringen onafhankelijk aangepast kunnen worden.

Aandachtspunten bij een subcutaan verblijfnaaldje

  • Kies een comfortabele plek met voldoende subcutaan weefsel (bijv. bovenarm, buik, borstkas of bovenbeen).
  • Vermijd oedeem, littekenweefsel, tumoren of drukplekken.
  • Controleer dagelijks op roodheid, zwelling, lekkage of pijn.
  • Fixeer de canule goed met een transparante pleister.
  • Verplaats de canule bij irritatie of verminderde opname.