Medicatie en labcontrole bij parenterale therapie in de thuiszorg

Algemene uitgangspunten

Toepassing bij subcutane (s.c.) en intraveneuze (i.v.) toediening in de thuissituatie. Volgens: 

  • INS Standards of Practice (veilig infuus- en medicatiebeleid) 
  • Vilans protocollen (voorbehouden handelingen en medicatieveiligheid) 
  • KPMG-richtlijnen (kwaliteit, risicobeheersing en traceerbaarheid) 
  • V&VN-standaarden (professioneel handelen verpleegkundigen) 

Belangrijke aandachtspunten 

  • Frequentie van toediening (eenmalig, meerdere keren per dag of continu) 
  • Mogelijkheid tot kortlopende 1x daagse toediening 
  • Houdbaarheid en stabiliteit van medicatie 
  • Keuze voor continue infusie (bijv. elastomeerpomp) 
  • Noodzaak tot klinische en/of farmacologische labcontrole 
  • Afstemming met apotheek, voorschrijver en behandelend ziekenhuis 

Labcontrole bij parenterale medicatie 

Bij bepaalde medicatie in de thuissituatie is structurele labcontrole noodzakelijk. 

Mogelijke controles:

  • Volledig bloedbeeld
  • CRP
  • Nierfunctie
  • Leverfunctie
  • Therapeutic Drug Monitoring (TDM / bloedspiegels) 

Frequentie en type controle worden vastgesteld door de voorschrijver en vastgelegd in het zorgplan.

Antibiotica: parenterale toediening

Antibiotische middelen worden ingezet bij ernstige of gecompliceerde bacteriële infecties, vaak bij immuungecompromitteerde patiënten of wanneer orale therapie onvoldoende effectief is. 

Indicaties kunnen zijn: 
  • Sepsis of bacteriëmie 
  • Ernstige longontsteking (pneumonie) 
  • Meningitis of andere centraal zenuwstelselinfecties 
  • Complicaties bij urineweginfecties of intra-abdominale infecties 
Kenmerken  
  • Veel gebruikt bij OPAT (Outpatient Parenteral Antimicrobial Therapy)
  • Regelmatige evaluatie van: klinische respons, bijwerkingen, labwaarden 
  • Afstemming met ziekenhuisapotheek bij continue toediening

Overzicht antibiotica

  • Amoxicilline
    • Kortlopend 1x daags: Nee, (2-3 dd) 
    • Continu toediening: Ja 
    • Labcontrole: Frequent bloedbeeld, CRP, nierfunctie, leverwaarden op afspraak van de hoofdbehandelaar. 
  • Cefazoline
    • Kortlopend 1x daags: Nee 
    • Continu toediening: Ja 
    • Labcontrole: Frequent bloedbeeld, CRP, nierfunctie, leverwaarden op afspraak van de hoofdbehandelaar 
  • Ceftazidim
    • Kortlopend 1x daags: Nee 
    • Continu toediening: Ja 
    • Labcontrole: Frequent bloedbeeld, CRP, nierfunctie, leverwaarden op afspraak van de hoofdbehandelaar 
  • Ceftriaxon
    • Kortlopend 1x daags: Ja (30 min)
    • Continu toediening: Ja
    • Labcontrole: Frequent bloedbeeld, CRP, nierfunctie, leverwaarden op afspraak van de hoofdbehandelaar 
  • Clindamycine
    • Kortlopend 1x daags: Nee 
    • Continu toediening: Ja 
    • Labcontrole: Frequent bloedbeeld, CRP, nierfunctie en leverwaarden op afspraak van de hoofdbehandelaar 
  • Gentamycine / Tobramycine
    • Kortlopend 1x daags: Ja (20–60 min) 
    • Continu toediening: Nee 
    • Labcontrole: Frequent bloedbeeld, CRP, nierfunctie en leverwaarden op afspraak van de hoofdbehandelaar 
    • TDM: Volgens ziekenhuisprotocol 
  • Vancomycine
    • Kortlopend 1x daags: Nee (meestal 2x daags of volgens spiegel; infusie ≥60 min, bij hogere dosering 90–120 min) 
    • Continu toediening: Ja 
    • Labcontrole: Frequent bloedbeeld, CRP, nierfunctie en leverwaarden op afspraak van de hoofdbehandelaar (vaker bij instabiele nierfunctie of combinatie met nefrotoxische medicatie) 
    • TDM: Volgens ziekenhuisprotocol 

    Bijzonderheden: 

    • Max. 5 mg/ml (bij vochtbeperking max. 10 mg/ml) 
    • Inloopsnelheid max. 10 mg/min 
    • Risico op flebitis → INS-richtlijnen volgen 
  • Benzylpenicilline
    • Kortlopend 1x daags: Nee (2–3 dd) 
    • Continu toediening: Ja 
    • Labcontrole: Frequent bloedbeeld, CRP, nierfunctie, leverwaarden op afspraak van de hoofdbehandelaar 
  • Meropenem
    • Kortlopend 1x daags: Nee (2–3 dd) 
    • Continu toediening: Ja 
    • Labcontrole: Frequent bloedbeeld, CRP, nierfunctie, leverwaarden op afspraak van de hoofdbehandelaar 
  • Cefuroxim
      • Kortlopend 1x daags: Nee (2–3 dd) 
      • Continu toediening: Ja 
      • Labcontrole: Frequent bloedbeeld, CRP, nierfunctie, leverwaarden op afspraak van de hoofdbehandelaar 
  • Piperacilline / Tazobactam
    • Kortlopend 1x daags: Nee (2–3 dd) 
    • Continu toediening: Ja 
    • Labcontrole: Frequent bloedbeeld, CRP, nierfunctie, leverwaarden op afspraak van de hoofdbehandelaar 
  • Metronidazol
    • Kortlopend 1x daags: Nee (2–3 dd) 
    • Continu toediening: Ja 
    • Labcontrole: Frequent bloedbeeld, CRP, nierfunctie, leverwaarden op afspraak van de hoofdbehandelaar 
  • Amikacine
    • Kortlopend 1x daags: Ja (20–60 min) 
    • Continu toediening: Nee 
    • Labcontrole: Frequent bloedbeeld, CRP, nierfunctie en leverwaarden op afspraak van de hoofdbehandelaar 
    • TDM: Volgens ziekenhuisprotocol 

Antivirale middelen: parenterale toediening 

Antivirale middelen worden ingezet bij ernstige of gecompliceerde virale infecties, vaak bij immuungecompromitteerde patiënten of bij onvoldoende effect van orale therapie.

Indicaties kunnen zijn: 

  • CMV-infecties 
  • Herpes simplex met systemische betrokkenheid 
  • Varicella zoster bij immuungecompromitteerden 
  • Ernstige influenza (in uitzonderlijke situaties i.v.)

Belangrijke aandachtspunten bij antivirale therapie 

  • Nauwkeurige dosering op basis van nierfunctie 
  • Regelmatige labcontrole (met name nierfunctie en bloedbeeld) 
  • Hoge kans op bijwerkingen bij langdurige therapie 
  • Afstemming met ziekenhuisapotheek bij bereiding 
  • Extra aandacht voor vochtbalans (risico op nefrotoxiciteit) 
  • Strikte bewaking bij combinatie met andere nefrotoxische medicatie 

Overzicht veelgebruikte antivirale middelen (parenteraal)

  •  Acyclovir
    • Kortlopend 1x daags: Nee (meestal 3 dd) 
    • Continue toediening: Nee 
    • Labcontrole: Frequent controle van nierfunctie (creatinine), vochtbalans en zo nodig bloedbeeld volgens voorschrijver. 

    Bijzonderheden: 

    • Goede hydratie noodzakelijk 
    • Risico op kristalurie en nefrotoxiciteit 
    • Infusieduur meestal ≥ 1 uur 
  • Ganciclovir
    • Kortlopend 1x daags: Nee (meestal 2 dd) 
    • Continue toediening: Nee 
    • Labcontrole: Frequent bloedbeeld (risico op neutropenie), nierfunctie en leverwaarden volgens voorschrijver. 

    Bijzonderheden: 

    • Verhoogd risico op beenmergsuppressie 
    • Strikte monitoring noodzakelijk 
    • Dosering afhankelijk van nierfunctie 
  • Foscarnet
    • Kortlopend 1x daags: Nee 
    • Continue toediening: Nee 
    • Labcontrole: Intensieve controle van nierfunctie, elektrolyten (Ca, Mg, K, fosfaat) en vochtbalans. 

    Bijzonderheden: 

    • Hoog risico op nefrotoxiciteit 
    • Elektrolytstoornissen frequent 
    • Toediening via infuuspomp met nauwkeurige monitoring 

Antimycotica: parenterale toediening 

Antimycotische middelen worden gebruikt bij ernstige of verspreide schimmelinfecties in het lichaam. Dit komt vooral voor bij mensen met een verminderd afweersysteem, zoals patiënten met een verzwakte weerstand. Ze worden ook ingezet wanneer lokale behandeling (bijvoorbeeld crème) of tabletten niet goed genoeg werken. 

Mogelijke indicaties zijn: 

  • Systemische candidiasis of candidemie (een Candida-infectie in het bloed of in het lichaam) 
  • Aspergillose bij mensen met een verzwakte weerstand 
  • Cryptococcose, waaronder hersenvliesontsteking door Cryptococcus 
  • Andere ernstige, invasieve schimmelinfecties bij patiënten met een hoog risico

Veelvoorkomende antimycotica

  •  Fluconazol
    • Kortlopend 1x daags: Ja 
    • Continu toediening: Ja 
    • Labcontrole: Frequent bloedbeeld, leverwaarden (ALAT, ASAT, bilirubine) en nierfunctie op afspraak van de hoofdbehandelaar 

    Bijzonderheden: 

    • Overweeg dosisaanpassing bij nierfunctiestoornis 
    • Orale en IV toediening mogelijk 
  • Amfotericine B
    • Kortlopend 1x daags: Nee 
    • Continu toediening: Ja (infusie ≥2–4 uur afhankelijk van preparaat)
    • Labcontrole: Frequent bloedbeeld, nierfunctie, elektrolyten (K⁺, Mg²⁺), leverwaarden op afspraak van de hoofdbehandelaar 

    Bijzonderheden: 

    • Hoog risico op nefrotoxiciteit → hydrateer volgens protocol 
    • Infusiereacties mogelijk → premedicatie met paracetamol/antihistaminicum/ corticosteroïden volgens protocol 
    • Liposomale formuleringen minder nefrotoxisch, hogere kosten 

Labcontrole bij antimicrobiële therapie 

Structurele controle kan bestaan uit: 
  • Volledig bloedbeeld 
  • CRP 
  • Nierfunctie 
  • Leverwaarden 
  • Elektrolyten (bij specifieke middelen)
  • TDM (bij bepaalde antibiotica zoals aminoglycosiden en vancomycine) 
Frequentie en type controle worden vastgesteld door de voorschrijver en vastgelegd in het zorgplan.

Kwaliteit en veiligheid bij toediening 

  • Medicatiebeleid moet worden vastgelegd in zorgplan 
  • Heldere taakverdeling (arts/PA/VS – apotheek – verpleegkundige) 
  • Documentatie en overdracht volgens KPMG & Vilans 
  • Scholing en bekwaamheid volgens V&VN 
  • Periodieke evaluatie van therapie en labuitslagen 

Voor Toediening Gereed Maken (VTGM) 

VTGM (Voor Toediening Gereed Maken) betreft alle bewerkingen die nodig zijn om geneesmiddelen veilig toe te dienen, zoals het klaarmaken van injecties en infusen. VTGM wordt uitgevoerd conform geldende wet- en regelgeving en professionele richtlijnen, waaronder: 

  • Vilans-protocollen 
  • INS Standards of Practice 
  • V&VN-richtlijn Infuustherapie 

De apotheker borgt het gehele proces rondom VTGM-medicatie, inclusief kwaliteit, veiligheid, controle en vrijgifte (conform bullit 2, pagina 23). De verantwoordelijkheden van apotheek en verpleegkundige zijn duidelijk afgebakend om medicatieveiligheid te waarborgen. 

Vragen over medicatie en labcontrole bij parenterale therapie

  • Wat is VTGM door de apotheek? 
    Het is in veel situaties wenselijk dat VTGM door de apotheek wordt uitgevoerd. 
  • Waarom VTGM door de apotheek?
    • VTGM vindt plaats volgens vastgestelde en gevalideerde procedures. 
    • Er worden systematisch testen uitgevoerd en gegevens verzameld, vastgelegd en beoordeeld, waardoor de medicatie aantoonbaar het beoogde therapeutische effect heeft. 

    De apotheker beoordeelt en borgt de kwaliteit van VTGM-medicatie op basis van: 

    • Documentatie 
    • Procesbewaking 
    • Onderzoeks- en stabiliteitsgegevens 
    • VTGM-medicatie wordt pas aan de patiënt verstrekt na inhoudelijke controle en formele vrijgifte door de apotheker. 

    De apotheek beschikt over goedgekeurde bereidingsunits (bijvoorbeeld LAF-kasten), wat: 

    • microbiologische veiligheid vergroot; 
    • een langere houdbaarheid van VTGM-medicatie mogelijk maakt. 
    • VTGM door de apotheek vermindert blootstellingsrisico’s voor verpleegkundigen. 
    • Het uitvoeren en vastleggen van dubbele controles (voor, tijdens en na VTGM) is binnen de apotheek structureel en aantoonbaar geborgd. 
  • Wat is VTGM door de verpleegkundige? 
    In uitzonderlijke of specifieke situaties kan VTGM door de verpleegkundige worden uitgevoerd. 
  • Wanneer kies je voor VTGM door de verpleegkundige?
    • De medicatie heeft een zeer korte houdbaarheid na bereiden. 
    • De dosering kan acuut wijzigen, waarbij: geen mechanische pomp wordt gebruikt die doseeraanpassingen kan opvangen. 
    • De apotheek kan niet binnen de benodigde termijn VTGM verzorgen. 

    De verpleegkundige handelt hierbij volgens: 

    • geldende protocollen; 
    • principes van aseptisch werken; 
    • vastgelegde dubbele controles, voor zover uitvoerbaar. 
  • Veiligheid en kwaliteit bij VTGM 
    • Ongeacht wie VTGM uitvoert, staat medicatieveiligheid centraal. 
    • Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn vastgelegd en afgestemd binnen de zorgketen. 

    De keuze voor VTGM door apotheek of verpleegkundige wordt altijd gemaakt op basis van: 

    • patiëntveiligheid; 
    • klinische situatie; 
    • praktische haalbaarheid; 
    • geldende richtlijnen.