Veel voorkomende medicatie voor infuustherapie in de thuissituatie

Subcutane (s.c.) en intraveneuze (i.v.) toediening van medicatie buiten het ziekenhuis (bijvoorbeeld in de thuissituatie) vereist zorgvuldige afstemming tussen voorschrijver, verpleegkundige en apotheker. Veiligheid, stabiliteit, monitoring en juiste toedieningswijze staan hierbij centraal. Deze leidraad ondersteunt zorgprofessionals bij veilige toepassing van infuustherapie volgens geldende landelijke richtlijnen.

Inhoudsopgave

Algemene kenmerken van s.c. en i.v. therapie 

Bij subcutane en intraveneuze toediening spelen de volgende factoren een belangrijke rol:

  • Toedieningsfrequentie
  • Mogelijkheid tot continue infusie (24-uurs pomp)
  • Mogelijkheid tot kortdurende (eenmaal daagse) infusie
  • Stabiliteit en houdbaarheid van de medicatie
  • Geschiktheid voor thuisgebruik
  • Noodzaak tot laboratoriumcontrole
  • Eventuele noodzaak tot Therapeutic Drug Monitoring (TDM)

Voor diverse geneesmiddelen is monitoring van laboratoriumwaarden noodzakelijk. Deze controles zijn opgenomen in de overzichten per geneesmiddelcategorie.

Uitgangspunten volgens INS en V&VN 

Infuustherapie in de thuissituatie vereist:

  • Juiste toedieningsweg
    • Subcutaan of intraveneus
    • Afgestemd op indicatie, farmacokinetiek en farmacodynamiek
  • Passend vascular access device (VAD)
    • Perifeer infuus (PIV)
    • Midline
    • PICC-lijn
    • Centraal veneuze katheter (CVC)
  • Aseptische Non-Touch Techniek (ANTT®)
    • Bij aansluiten
    • Bij wisselen
    • Bij manipulatie van lijn of pomp
  • Monitoring
    • Observatie op infectie, flebitis, extravasatie
    • Evaluatie van effectiviteit
    • Evaluatie van bijwerkingen
    • Evaluatie van therapietrouw

Veel toegepaste medicatie (niet-antibiotisch)

Medicatie Toedieningsvorm Continue infusie Aandachtspunten
Butylscopolamine s.c./i.v. Ja Geschikt voor continue s.c. pomp
Bupivacaïne i.v./epiduraal Ja Alleen gespecialiseerde zorg
Deferoxamine i.v. Ja Max. 25 mg/ml; infuussnelheid strikt bewaken
Furosemide i.v. Ja Max. 10 mg/ml; max. 4 mg/min
(Es)ketamine s.c./i.v. Ja Multimodale pijnbestrijding
Levomepromazine s.c./i.v. Ja Intermitterend inzetbaar
Methadon s.c./i.v. Ja Risico op accumulatie, ECG-overweging
Methylprednisolon i.v. Nee Intermitterend volgens dosering
Metoclopramide s.c./i.v. Ja Veel gebruikt bij misselijkheid
Midazolam s.c./i.v. Ja Palliatieve sedatie volgens protocol
Morfine s.c./i.v. Ja Standaard opioïd in pomp
Totale parenterale voeding (TPN) i.v. (CVC) Ja Alleen via CVC i.v.m. osmolariteit

Antibiotica in de thuissituatie (OPAT) 

OPAT (Outpatient Parenteral Antimicrobial Therapy) betreft intraveneuze antibiotica buiten het ziekenhuis. Kernpunten volgens INS & V&VN:

  • Dagelijkse verpleegkundige monitoring
  • Wekelijkse medische evaluatie
  • Structurele samenwerking met ziekenhuisapotheek
  • Vastgelegd monitoring- en TDM-beleid

Wat is TDM (Therapeutic Drug Monitoring)?

Therapeutic Drug Monitoring (TDM) is het bepalen van geneesmiddelspiegels in het bloed om effectiviteit te optimaliseren, toxiciteit te voorkomen en individuele dosering aan te passen.

  • Bij welke geneesmiddelen wordt TDM toegepast?

    TDM wordt toegepast bij geneesmiddelen met:

    • Smalle therapeutische breedte
    • Grote interindividuele variatie
    • Nier- of leverafhankelijke klaring
    • Hoog risico op toxiciteit
  • Wanneer is TDM nodig?
    • Bij verminderde nierfunctie
    • Bij instabiele klinische situatie
    • Bij langdurige therapie
    • Bij onvoldoende klinische respons
    • Bij verdenking op toxiciteit

Schema antimicrobiële middelen met monitoring en TDM

Antibioticum Continue infusie Monitoring TDM nodig?
Amoxicilline Ja Wekelijks BB, CRP, nierfunctie Nee
Cefazoline Ja Wekelijks BB, CRP, nierfunctie Nee
Ceftazidim Ja Wekelijks BB, CRP, nierfunctie Nee
Ceftriaxon Optioneel Wekelijks BB, CRP, nierfunctie Nee
Cefuroxim Ja Wekelijks BB, CRP, nierfunctie Nee
Clindamycine Ja BB, CRP, nier- en leverfunctie Nee
Colistine Ja Intensieve nierfunctiecontrole Nee
Ertapenem Ja BB, CRP, nier- en leverfunctie Nee
Gentamicine Ja Nierfunctie 2x per week Ja
Meropenem In overleg BB, CRP, nier- en leverfunctie Soms (bij bijzondere casus)
Piperacilline/
tazobactam
Ja BB, CRP, nier- en leverfunctie Nee
Teicoplanine Nee BB, CRP, nierfunctie Ja
Vancomycine Ja BB, CRP, nierfunctie Ja
Voriconazol Ja Leverfunctie Ja

Uitwerking TDM-beleid per middel

Gentamicine

  • Spiegelbepaling: dalspiegel vóór volgende gift
  • Doel: voorkomen nefro- en ototoxiciteit
  • Dosisaanpassing op basis van spiegel en nierfunctie

Vancomycine 

  • Dalspiegel vóór 4e gift of na dosiswijziging
  • Streefwaarde afhankelijk van infectietype
  • Regelmatige nierfunctiebewaking

Voriconazol

  • Spiegel na 5–7 dagen
  • Hoge interindividuele variatie
  • Controle bij leverfunctiestoornissen

Teicoplanine

  • Spiegelcontrole bij langdurige therapie
  • Vooral bij verminderde nierfunctie

Professionele verantwoordelijkheden

Verpleegkundige (V&VN)

  • Correcte uitvoering infusie
  • Monitoring vitale parameters
  • Signalering complicaties
  • Rapportage afwijkingen

Apotheker (KNMP / NVZA) 

  • Stabiliteit en compatibiliteit
  • Bereiding en concentratieadvies
  • Advies over TDM en spiegelinterpretatie

Arts / VS / PA

  • Indicatiestelling
  • Opstellen monitoring- en TDM-beleid
  • Evaluatie therapie
  • Dosisaanpassing

Leverancier 

  • Advies infuuspomp
  • Technische ondersteuning