Beslisbomen voor infuustherapie buiten het ziekenhuis
Ondersteuning bij veilige en verantwoorde keuzes
Bij het toepassen van Infuustherapie buiten het ziekenhuis kom je regelmatig voor belangrijke keuzes te staan. Denk hierbij aan de selectie van het juiste toedieningssysteem en de afstemming op patiënt, geneesmiddel en organisatie. Om zorgprofessionals hierin te ondersteunen, zijn in deze leidraad praktische beslisbomen opgenomen. Deze helpen bij het maken van onderbouwde keuzes en dragen bij aan veilige, doelmatige en patiëntgerichte zorg.
Belangrijk:
De beslisbomen zijn bedoeld als richtlijn. Andere factoren op het gebied van het geneesmiddel, de patiënt, de zorgcontext en de organisatie kunnen van invloed zijn op de uiteindelijke keuze.
Inhoudsopgave
Keuze van het toedieningssysteem
Op de volgende pagina’s worden de algemene factoren beschreven die bepalend zijn voor de keuze van een toedieningssysteem:- Zwaartekracht
- Mechanische pomp (vast of mobiel)
- Elastomeerpomp
Geneesmiddel gebonden factoren
-
Houdbaarheid van het geneesmiddel
Sommige geneesmiddelen zijn korter dan 24 uur houdbaar bij kamertemperatuur of moeten gekoeld worden toegediend. Dit beïnvloedt:
- De toedienfrequentie
- De keuze voor een toedieningssysteem (bijvoorbeeld met koelelementen)
-
Toe te dienen volumeMet een (doorvoer)cassette of elastomeerpomp kan doorgaans maximaal 250-500 ml worden toegediend.
-
Nauwkeurigheid van doseringElastomeerpompen kunnen een afwijking in inloopsnelheid hebben tot circa ±10%, wat relevant is bij middelen met een smalle therapeutische breedte.
-
Flexibel doseren of bolusfunctieWanneer dosisaanpassingen of bolustoediening nodig zijn, is altijd een mechanische pomp vereist.
-
Wijzigbare dosering tijdens de behandeling
Bij sommige geneesmiddelen, zoals vancomycine, kan de dosering frequent worden aangepast op basis van spiegels.
- Om deze reden kan een elastomeerpomp niet de voorkeur hebben. Bij niet frequente labcontroles kan de elastomeerpomp ingezet worden.
- Bij toediening via een mechanische pomp kan de dosering tijdelijk worden aangepast via de pompinstellingen, tot aan de volgende levering van het geneesmiddel.
-
Duur van de behandelingBij een behandelduur langer dan 7-14 dagen kan worden beoordeeld of de patiënt (of mantelzorger) gedeeltelijk zelfstandig kan worden in bepaalde handelingen, waardoor de inzet van de verpleegkundige kan worden verminderd.
Patiëntgebonden factoren
-
Mobiliteit van de patiëntAfhankelijk van de mobiliteit kan een mechanische pomp de bewegingsvrijheid beperken. Bij kinderen kan het, ook bij kortdurende infusen, lastig zijn om stil te blijven zitten; in dat geval kan een elastomeerpomp een praktische oplossing zijn.
-
Zelfstandigheid van patiënt en/of mantelzorger
Bijvoorbeeld bij:
- Het (tijdelijk) afkoppelen van het infuus
- Het signaleren van problemen of alarmsymptomen
-
AanleerbaarheidDe mate waarin patiënt of mantelzorger in staat is om instructies op te volgen en een infuuspomp veilig te bedienen.
Zorg- en organisatie gebonden factoren
-
Beschikbaarheid van de thuiszorgverpleegkundige
- Hoe vaak per dag inzetbaar? (Haalbaarheid ligt gemiddeld op 1 inloopmoment per dag)
- Mogelijkheid om aanwezig te blijven tijdens de infusietoediening
-
Bereidingsmogelijkheden van de apotheek
Beschikbaarheid van protocollen voor levering in:
- Infuuszak
- Cassette
- Elastomeerpomp
-
Lokale en regionale samenwerkingsafsprakenTussen arts, apotheek en thuiszorg over de voorkeur voor een bepaalde toedieningswijze.
-
Vergoeding door de zorgverzekeraarBijvoorbeeld voor cassettes en elastomeerpompen, afhankelijk van de medicatie.
-
PrijsafsprakenTussen zorgverzekeraar en leverancier van materialen en pompen.
Voor- en nadelen per toediening
Onderstaand overzicht toont schematisch de belangrijkste voor- en nadelen van verschillende toedieningsvormen:| Toedieningswijze | Mobiliteit | Nauwkeurigheid | Grote volumes | Flexibel doseren | Zelfstandigheid | Storingen | Kosten materiaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Zwaartekracht | -- | -- | ++ | -- | -- | +- | ++ |
| Mechanisch vaststaand | -- | ++ | ++ | ++ | - | -- | +- |
| Mechanisch mobiel (geen cassette) | +- | ++ | ++ | ++ | + | -- | -- |
| Mechanisch mobiel (cassette) | + | ++ | ++ | ++ | + | +- | -- |
| Elastomeerpomp | ++ | + | +- | - | ++ | +- | -- |
Legenda
++ groot voordeel+ voordeel
+- neutraal
- nadeel
-- groot nadeel